Eigenlijk is de weg naar het nieuwe leren vooral een kwestie van – jawel - leren. Leren over voortschrijdende mogelijkheden, leren over afwijkende inzichten, leren over de belevingswereld van kinderen en vooral ook leren van én met elkaar. Al deze en meer aspecten komen dan ook aan bod tijdens de tweede editie van het Kennisfestival ‘Leren in Brainport’, op 11 oktober in het Evoluon in Eindhoven. Een (nog altijd) futuristische locatie om de toekomst van innovatief leren te presenteren, bespreken, bekritiseren en – uiteindelijk - vorm te geven. Waar anders eigenlijk dan in de vooruitziende Brainport regio.

Aan het woord: Mitchell Jacobs, creative director van Studio Tast en Manon Pijnenburg, HR manager hightech machinefabrikant AAE

Integratie wijst de weg naar het nieuwe leren
Een blauwdruk voor innovatie in het onderwijs bestaat niet. De route naar Onderwijs 2032 is immers geen geplaveid pad en gaat niet in een rechte lijn naar het eindpunt. Hoe dat eindpunt er überhaupt uitziet, is ook nog geen uitgemaakte zaak. De ene school vindt zijn weg wat makkelijker dan de andere, maar het blijft een zoektocht. Pionieren dus. Gelukkig staan de onderwijspioniers er niet alleen voor; gerenommeerde bedrijven en jonge creatieve ondernemers denken mee en bieden handvatten om de transitie van ‘oud’ naar ‘nieuw’ toegankelijker te maken.

Integratie
Mitchell Jacobs, creative director van Studio Tast in Eindhoven, besteedde zijn afstudeerjaar op de TU/e aan de combinatie van design en technologie voor educatieve middelen. “Ik kwam erachter dat innovaties op onderwijsgebied vaak erg plat en niet heel creatief zijn. Leraren werden daardoor steeds meer managers en dat zorgde voor weerstand.” Zodoende besloot Jacobs zich te richten op onderwijsattributen met een pragmatische combinatie van online en offline aspecten. Bijvoorbeeld de iMO-LEARN; een leermeubel voor het basisonderwijs in de vorm van een wiebelkruk die via een sensor communiceert met digitale schoolborden. “De kruk zelf bestond al, maar de producent wilde ‘m graag interactief maken, dus daar zijn wij mee aan de slag gegaan. We krijgen goede feedback van leraren, ze vinden het fijn dat het een integratie is van traditionele en innovatieve leermethoden. Daarmee kunnen ze hun eigen creativiteit kwijt en daar is behoefte aan.”

Loep
Naar die behoeftes deed Studio Tast zelf onderzoek en daar kwam onder andere de Loep design thinking toolbox uit voort: “Een fysieke werkset gekoppeld aan een digitaal platform, waarmee kinderen de zogeheten harde én zachte vaardigheden voor procesmatig werken oefenen”, legt Jacobs uit. De set bestaat uit negen blokken die elk een processtap voorstellen (zoals onderzoeken, ideeën of prototypen) en 32 blokken die staan voor activiteiten om die processtappen in de praktijk te brengen (zoals lezen, een expert ontmoeten of brainstormen). “Leerkrachten maken op de website van Loep een project aan, bijvoorbeeld een autoloze stad realiseren”, vervolgt Jacobs. “De leerlingen gaan vervolgens aan de slag met het koppelen van proces- en activiteitenblokjes. Die blokjes kunnen ze ook scannen met een smartphone of tablet en dan krijgen ze meer informatie over die bepaalde activiteiten of processtappen. Loep spreekt de nieuwsgierigheid van kinderen aan en combineert fysieke en digitale functies, dus het is tegelijkertijd herkenbaar en eigentijds.”

Flexibel
Daarnaast biedt een methode als Loep nog een voordeel, aldus Jacobs: “Je kunt het continue doorontwikkelen. Vroeger werden leermiddelen voor tien jaar aangeschaft, maar tegenwoordig gaat alles veel sneller, dus die middelen moeten daar flexibel in meebewegen.” Hij noemt dat ‘transitie ontwerpen’, een belangrijke voorwaarde voor het nieuwe leren. “We moeten innovatie dicht bij de docent houden, zodat die het zich langzaam eigen kan maken. Implementatie is de grootste uitdaging.”

Betrekken
Waar die implementatie op een andere manier vorm krijgt, is bij hightech machinefabrikant AAE in Helmond. HR manager Manon Pijnenburg legt uit dat ‘haar’ bedrijf het hele jaar door activiteiten organiseert om kinderen (van alle onderwijsniveaus), ouders en docenten te betrekken bij de technologische mogelijkheden binnen AAE. “De ontwikkelingen op ons vakgebied gaan zo ontzettend snel, dat kan het onderwijs gewoon niet bijbenen. Daar ligt dus een taak voor ons. Door middel van rondleidingen, leerwerktrajecten of stages willen we de praktijk laten proeven, ruiken en ervaren.” Daarmee probeert het bedrijf ook vooral de ‘groepen met de grootste afstand tot technologie’ te bereiken, zoals meisjes. “We hebben een aparte girls day, waarmee we aansluiten op de belevingswereld van meiden, bijvoorbeeld door ze bedeltjes te laten printen met een 3D metaalprinter.”

Samenbrengen
Maar, zo benadrukt Pijnenburg: “Eigenlijk willen we daar geen aparte dag voor nodig hebben. Dat staat nog veel te veel op zichzelf, terwijl de hele integratie van het bedrijfsleven en het onderwijs juist een doorlopend geheel moet worden.” Volgens haar is dat dan ook het belangrijkste vraagstuk binnen het nieuwe leren. “Daarom zijn we aanwezig op het Kennisfestival, waar we met scholen en andere ondernemingen in gesprek kunnen gaan. Datzelfde doen we bijvoorbeeld ook tijdens de Dutch Technology Week, samen met dertig andere bedrijven en dat is altijd zó inspirerend. In de toekomst hopen we die twee werelden echt samen te brengen. Dat heeft voor beide partijen toegevoegde waarde, maar het levert de kinderen het meeste op. En daar gaat het uiteindelijk om.”